Het Openluchtmuseum van Sart-Tilman
Presentatie

deutsch - english - français - nederlands


Presentatie

Collecties
Tentoonstellingen

Agenda
Praktische Info
Boekhandel

Triënnale prijs Ianchelevici
"Prix de la Jeune Sculpture"

Links
Partners

Geleide bezoeken
Animaties


Het Openluchtmuseum van Sart-Tilman werd in 1977 opgericht en is het resultaat van een samenwerking tussen de Universiteit van Luik en het Ministerie van Cultuur, dat iets later de fakkel heeft doorgegeven aan de Franse Gemeenschap van België. Het museum ontwikkelt een beleid dat op conservatie en onderzoek is gericht en heeft intussen een verzameling van 110 stukken, die een overzicht geeft van de hedendaagse openlucht-beeldhouwkunst in Franstalig België van de laatste veertig jaar ongeveer.

Het idee om op Sart-Tilman een openluchtmuseum te openen is samen met de eerste projecten inzake urbanisatie van de site gegroeid. Reeds in 1961 lanceert de architect André Jacqmain het idee en vanaf 1965 zal Claude Strebelle alles in het werk stellen om de samenwerking tussen architect en beeldende kunstenaar op gang te brengen. Zo werkt hij samen met Pierre Culot aan de realisatie van “Mur de pierre d'âge viséen”, die zich vóór de grote amfitheaters bevindt en in 1967 samen met de eerste gebouwen van de nieuwe campus werd opgericht.

Verschillende beeldhouwwerken zoals “Le Grand Aigle des Conquêtes” van Francis André, “La vie des abeilles” van Jean-Paul Laenen of “Composition monumentale” van Léon Wuidar hadden er al hun plaats vóór de opening van het Openluchtmuseum.

Het probleem van de integratie, zoals het zich in Sart-Tilman aandient, stelt een alternatief voor waarmee de werken kunnen worden onderverdeeld, al naargelang ze al of niet in functie van de site zijn gecreëerd. De eerste integratiemodaliteit is de meest dwingende : de kunstenaar moet z’n ontwerp in functie van een bepaald kader maken, wat uiterst vruchtbaar is. Het werk draagt in verhouding tot de ruimte, tal van betekenissen en functies in zich.  De 6 verbindingen langs het rectoraatsplein, die er als signaal dienen voor de passages die het plein met de omliggende gebouwen verbinden, illustreren mooi deze benadering.

De collecties van het museum tellen ook werken die niet specifiek in functie van de site zijn ontworpen. Dit is het geval voor de werken “Souvenir” en “L'aigle” van André Willequet, “Relâche” van Paul Machiels, “Niobé” en “La Caille” van George Grard, “Pâtre” van Idel Ianchelevici, “L'endormie n°5” van Olivier Strebelle en vele andere. Deze benadering, die courant is inzake publieke kunst, houdt een zeker risico in: op Sart-Tilman kunnen de natuurlijke en architecturale omgeving een rem betekenen voor een werk, waarbij tijdens het ontwerp van het werk geen rekening werd gehouden met de studie van de site. Een van de meest geslaagde integraties "achteraf" is die van “la Jeune fille agenouillée” van Charles Leplae, vlakbij de “marre aux Chevreuils”. Door de tedere en intieme dialoog tussen dit gracieuze beeld van de vrouw en de natuur, is dit stuk een van de meest aantrekkelijke van de collectie.



Communauté française de Belgique Wallonie-Bruxelles



Université de Liège - Het Openluchtmuseum van Sart-Tilman - november 2007 - Laatste wijziging : 14.11.2007